Mijn familieroman

Alsjeblieft papa...

De tweelingzussen Sonia en Sylvia groeien op naar jong volwassenheid in een gezinssituatie die zich kenmerkt door armoede en verwaarlozing. Met een angstige moeder die passief op de achtergrond blijft, zijn zij het slachtoffer van geestelijk en lichamelijk geweld en incest door hun asociale vader. De enige lichtpuntjes in hun leven bestaan uit de schilderlessen die hun oom van moederskant hen geeft en hun liefde voor muziek en dieren. De enkele malen dat ze kinderlijk onbezorgd zijn is wanneer ze spelen met hun vriendin Lotte en haar mongoloïde broertje Jordy.

 

Lees 'Alsjeblieft papa...' en kom te weten hoe het de tweeling in hun verdere leven vergaat.

-----

Fragment Alsjeblieft papa...                                                                                                                     

 

Eert uw vader en uw moeder. (Bijbel, Ex. 20,12))                                                                                                                    

 

We waren drie jaar en speelden ‘vader en moedertje'.

       “Ikke poppenbed halen”, kondigde mijn zusje enthousiast aan. Niet dat we een echt houten bedje voor onze babypop bezaten, maar bij gebrek aan beter hadden we een sinaasappelkistje als zodanig ingericht. Ons enige troetelkind hadden we gekregen via de buurvrouw. Haar nichtje van acht wilde baby Annie niet meer omdat die haar rechteroog miste, iets wat ons niets kon schelen. Wij waren allang blij dat we een pop hadden.

       Onze baby sliep onder een paar vodden, en als hoofdkussen gebruikten we een versleten, in vieren gevouwen theedoek, maar dat mocht de pret niet drukken. We waren zelfs zielsgelukkig dat ma de droogdoek grootmoedig, en uit eigen beweging, aan ons afstond. Daardoor aangemoedigd hadden we het lef gehad onze papa te vragen of hij het bedje voor ons wilde opschilderen. Dat had de groenteman van wie we het kistje hadden gekregen ons namelijk ingefluisterd.

       “Ja”, bulderde pa, bij zoveel brutaliteit van onze kant, “ik zal me daar gek zijn! En splinters in m’n poten krijgen zeker! Op de schroothoop gooien, dat zal ik met het ding doen!” Gelukkig was het zo ver niet gekomen. Maar goed dat pa nooit lang in ons geïnteresseerd was.

       Nu hobbelde Sylvie, haar zilverblonde lokken met elke beweging die ze maakte meedeinend, zo stilletjes mogelijk naar boven om het wanstaltige meubeltje van haar slaapkamer te gaan halen. Op mijn tenen liep ik achter haar aan, eerst voetje voor voetje de lange, kale trap beklimmend, daarna over de overloop trippelend.

       Maar vier kleine, dribbelende kindervoetjes die over het koude, blauwe zeil langs zijn kamer slopen, betekenden geluidsoverlast voor onze in dromenland verkerende vader. Het was raar, zelden werd pa ergens wakker van, maar wij hoefden bij wijze van spreken maar te zuchten of hij stond al naast zijn bed.

       Ditmaal hadden we dubbel pech, want het raam van Sylvia’s slaapkamer stond bij hoge uitzondering wijd open. Ma luchtte zelden een kamer. Omdat we nog maar klein waren en niet goed bij de klink konden, sloeg de deur door de tocht dicht met een klap die ons oorverdovend toescheen.

       We vermoedden al wel dat we hier niet zonder kleerscheuren vanaf zouden komen. Na een snelle, schichtige blik naar elkaar liepen we dan ook rap in de richting van de trap, trachtend ons hachje te redden. Sylvie, het ongeverfde kist-bedje in haar armen, ging voorop.

       Net toen we de trap bereikt hadden verscheen onze pa. Hij stak zijn donkere hoofd om de hoek van de deur. Zijn gezicht stond nors, zijn ogen vonkten.

        “Júllie weer”, zei hij nijdig, met een stem waar de slaap nog in doorklonk. “hoe dikwijls moet ik nou nog zeggen dat je rustig moet doen? Ik heb mijn slaap nodig.” 

       Stokstijf stonden we stil. We durfden nauwelijks adem te halen. We hadden niet eens het hart naar de grote, stevig gebouwde man op te kijken.                               

       “Het helpt allemaal niks”, mopperde die intussen, op ons toelopend, “wat ik ook zeg. Jullie zíjn en blíjven druk en wild.” Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe hij op ons neer keek. Hij verplaatste het gewicht van zijn zware lichaam van zijn tenen naar zijn hakken en weer terug. Ik was klein, maar nu                                                                                                                                            voelde ik me kleiner dan baby Annie. 

       “En wou jij zó de trap af, jij?” De klank van zijn stem was spottend. Met zijn hoofd wees hij in de richting van ons poppenbed. Hij stond met zijn handen op zijn heupen, en omdat mijn ogen op die handen gefixeerd waren, op die sterke handen die je zo gemeen pijn konden doen, was ik niet bedacht op de truc die papa uithaalde. Zonder zijn handen te gebruiken.

       “Stom gedoe”, mompelde hij. “Hier gebeuren nog wel eens ongelukken. Een van jullie breekt de nek nog wel een keer met dat lompe gedrag.” Meteen daarna duwde hij mij met zijn knie tegen Sylvie aan. Ik wankelde maar wist me, door me in een reflex aan de bovenkant van de trapleuning vast te grijpen, in veiligheid te brengen. Ik stootte mijn lichaam wel tegen de harde muur, maar ik bleef tenminste boven aan de trap staan.

       Mijn tweelingzusje echter had geen schijn van kans, want voordat ik nogal onzacht met de wit gekalkte muur in aanraking kwam en mijn arm schaafde, was ik met mijn volle gewicht tegen haar aangevallen. Ze gilde. Met het sinaasappelkistje in haar magere armpjes geklemd buitelde ze alle veertien treden naar beneden af. Ze had, met haar drie jaar, niet de tegenwoordigheid van geest het kistje los te laten om te trachten met haar armen de val te breken. De dunne planken van ons ‘bedje’ begaven het en knapten doormidden. De splinters drongen in Sylvia’s armen en handen. Ze brak niet haar nek, zoals pa voorspeld had dat een van ons doen zou, maar wel haar linkerbeen. Huilend lag ze tussen de brokstukken van het sinaasappelkistje op de grond, het been in een verwrongen bocht gedraaid. Baby Annie lag naast haar, het linkeroog wijd opengesperd.

       “Kijk nou wat je doet!”, riep mijn papa beschuldigend tegen mij, terwijl hij de trap af holde en bij het lichaam van zijn jongste dochter neerknielde. “Ik zeí het toch! Hier gebeuren ongelukken!”

       Mijn maag maakte een vreemde buiteling bij die woorden. Maar ik verdedigde me niet tegenover mijn vader. Ik was er zeker van dat ik dan ook iets zou breken.

       Ma kwam de gang in gesneld. Na een snelle blik op mij vertelde papa haar gauw zijn versie van het verhaal. Ze schudde haar hoofd en keek me verwijtend aan toen hij beweerde dat ik mijn zusje had laten vallen. Hij insinueerde dat ik het expres gedaan had.

       Terwijl een in allerijl om hulp gevraagde buurman met de nu zacht kermende Sylvie met de auto naar het ziekenhuis reed om haar been te laten zetten, moest ik in een hoek van de huiskamer gaan staan, met mijn gezicht naar de muur en mijn handen op de rug. Het was mama die me de straf oplegde. Pa ging luid fluitend terug naar bed.

       Hoe ik ook mijn best deed ma te overtuigen van mijn onschuld, het lukte niet. “Pa zal er heus niet om liegen”, zei ze strak, met haar ogen de mijne ontwijkend. Toen kon ik alleen nog maar hopen dat Sylvie me wél zou geloven.

       Die avond, toen pa naar de kroeg was en ma in bed lag, sloop ik stiekem naar Sylvia’s slaapkamer. Ik huilde zachtjes van medelijden toen ik naar het gipsen been keek dat in het donker helder wit oplichtte. 

       Sylvie was nog wakker. Ze bewoog, voorzichtig om haar gekwetste been. “Sonia”, zei ze zacht toen ze me in het duister herkende.

       Ik snikte. “Heb… Heb jou niet geduwd”. Heftig schudde ik mijn blonde hoofd. Mijn zusje stak haar hand naar me uit. “Weet ik”zei ze. “Dóét jij niet.” En na een korte aarzeling liet ze er verdrietig op volgen: ”Papa wél”. 

       Drie jaar waren we pas en toch al stokoud.

-----

Recensie van De Boekenkast

'Alsjeblieft papa....fragmenten uit mijn jeugd' is de debuutroman van Dinie Peels-Bell. De schrijfster is er in geslaagd om een fantastisch boek neer te pennen. De roman is vlot geschreven waarin heden en verleden vlotjes in elkaar vloeien.


Het is een heel aangrijpend verhaal over verwaarlozing, huiselijk geweld, incest en liefde, met toch een beetje humor. Daar zorgt het personage Jordi voor.
Het verhaal zal zeker bij de lezer emoties en gevoelens losmaken.

-----

Titel: Alsjeblieft papa...

Ondertitel: Fragmenten uit mijn jeugd

Genre: Familieroman

Auteur: Dinie Peels Bell

Uitgever: Pamac

Verschenen: Augustus 2011

ISBN: 978 94 90385 35 4

NUR: 344

Aantal pagina's: 307

Prijs: 19,95

Te koop bij: De reguliere boekhandel, online boekhandels, Bol.com en Uitgeverij Pamac.

 

Vanaf 2 juli 2013 is de prijs van 'Alsjeblieft papa...' van 19,95 verlaagd naar 12,95.

 

29-5-2015

Wegens opheffing van de uitgeverij is dit boek niet meer verkrijgbaar.