Mijn blog (hoe ik een boek schrijf)

 

april 2013

 

Er wordt me vaak gevraagd hoe je dat doet, een boek schrijven. Daar is geen pasklaar antwoord op te geven. Iedere auteur gaat anders te werk. Ik kan alleen maar vertellen hoe ík het doe.

 

Ik begin met het onderwerp, en dat is ook iets wat mensen dikwijls willen weten: hoe kwam je daarop? Dat is voor elk boek anders. Je kunt een idee voor een onderwerp krijgen door iets wat je hoort of ziet, of door iets wat je ervaart. En soms komt een idee spontaan in je op. Ik heb het zelfs wel meegemaakt dat ik het onderwerp voor een verhaal droomde.

 

Als ik zo'n ingeving krijg, is het zaak snel achter de laptop te gaan zitten of pen en papier te pakken. Terwijl ik het onderwerp noteer komen er vliegensvlug allerlei 'links' naar boven die ik allemaal verkort opschrijf. De ideeën volgen elkaar zo snel op dat mijn vingers mijn gedachten haast niet bij kunnen houden. De ene ingeving is nog spectaculairder dan de andere. Soms sta ik zelf versteld van wat er allemaal in me opkomt.

 

Als mijn hoofd 'leeg' is, en er even geen nieuwe ideeën voorhanden zijn, ga ik alles wat ik opgeschreven heb uitwerken. Meestal heb ik daarna dan al een flink aantal bladzijden voor mijn nieuwe boek.

 

De volgende keer zal ik vertellen hoe het uitwerken van de eerste ideeën in zijn werk gaat.

 

 

 

21 april 2013. 

 

Bij het uitwerken van de eerste ideeën zet ik alles wat ik genoteerd heb in de juiste vertelstijl. Iedere auteur heeft een eigen stijl van schrijven, een manier waarop hij of zij het  makkelijkst/meest vloeiend een verhaal vertelt.

 

Daarna ga ik het stuk dat al geschreven is uitbreiden. Ik voeg wat uiterlijke kenmerken van de personen die in de tekst voorkomen toe (is hij of zij blond, mooi of juist niet, groot, slank enz.), en vertel bijvoorbeeld wat ze op dat moment voor kleding dragen. Dit voeg ik mondjesmaat toe. Een halve bladzijde over Esther die bloedmooi is, een rood, zijden topje draagt en een zwarte broek met scherpe vouw met daaronder zwarte pumps, en vervolgens nog een opsomming van het feit dat ze blauwe oogschaduw op heeft, rode lippenstift, blusher, eyeliner, mascara enz. verveelt al snel. Mooier is het dit over een groter deel van de tekst te verdelen, het hier en daar 'achteloos' duidelijk te maken. Voorbeeld: Nerveus trok Esther haar rood zijden topje recht, en om zich een houding te geven schopte ze nonchalant tegen een kiezelsteentje dat voor haar voeten lag. Hiermee beschadigde ze de neus van haar hooggehakte, zwarte schoentje.

 

Ik geef de personages ook karaktertrekjes en laat iemand, karakteristiek voor hem of haar, steeds als er problemen zijn de wenkbrauwen fronsen of aan de onderlip pulken, om maar een voorbeeld te noemen. Esther zou, nadat ze de kras op haar schoen ontdekt, haar lippen tot een smalle streep samen kunnen persen. 

 

Ik voeg ook couleur locale toe, omgevingsbeschrijving. Ook weer mondjesmaat en 'achteloos'. Ik laat bijvoorbeeld blijken dat iemand zich in de buitenlucht bevindt door te zeggen dat om haar/hem heen de bladeren van de bomen vallen. Waarmee ik dan meteen aangeef dat het herfst is. 

 

En ik buig me over de openingszin. Die is heel belangrijk. Maar daar zal ik het de volgende keer over hebben.

 

 

 

9 mei 2013.

 

De eerste zin van een boek is de belangrijkste zin. Op deze plek probeer ik de belangstelling van de lezer voor het verhaal te wekken. Ik doe mijn best bij die lezer iets op te roepen, nieuwsgierigheid, angst, spanning, wat dan ook (ligt aan het genre van het verhaal), als hij of zij maar denkt: 'Daar wil ik meer van weten.'

 

Is de openingszin naar wens, heb ik de sfeer gecreëerd die ik wilde, dan moet ik trachten  de interesse van de lezer vast te houden, een boek lang. Nergens mag het verhaal inzakken zodat hij of zij het boek aan de kant legt omdat het niet langer boeit. Dat doe ik o.a. door iedere beginzin van een hoofdstuk interessant maken, zodat de lezer elke keer weer denkt: 'Daar moet ik het mijne van weten.'

 

Ook de laatste zin van elk hoofdstuk, en vooral de laatste regel van het hele boek, vind ik belangrijk. Het moeten mooie afsluiters zijn.

 

De volgende keer zal ik vertellen wat ik nog meer doe om een boek voortdurend boeiend te houden.

 

 

 

30 mei 2013.

 

Om een boek spannend te houden voeg ik steeds een nieuw element aan het verhaal toe. Ik laat bijvoorbeeld merken dat er een geheim is. Mondjesmaat, maar wel op tijd. Een boek mag nergens langdradig worden.

 

Lees ik een stuk tekst over en merk ik zelf dat het niet boeit, dan gooi ik dat stuk meteen weg of ik verander het dermate dat het wel meeslepend wordt. Van dat weggooien heb ik dan wel even hartzeer omdat het schrijven ervan tijd gekost heeft, maar als het boek er beter op wordt heb ik er vrede mee. Het draait per slot van rekening niet om een fragment maar om het geheel. 

 

De volgende keer: zorg dat alles in het verhaal klopt. 

 

 

 

24 juni 2013.

 

Ik let er altijd goed op dat alles in een verhaal klopt. Daar bedoel ik mee dat ik ervoor zorg dat iemand, om een voorbeeld te noemen, niet in het jaar 2000 achttien is, en in het jaar 2001 vierentwintig. Omdat ik geneigd ben een boek totaal om te gooien als de eerste opzet af is (dan vind ik dat het boeiender kan), is dat best ingewikkeld. 

 

Als ik een verhaal omgooi, betekent dat dat ik de verschillende hoofdstukken door elkaar hussel. Soms laat ik stukken weg om meer vaart te krijgen en soms schrijf ik er wat hoofdstukken bij. Door dit alles wordt het een heel ander boek (al blijft de essentie van het verhaal wel hetzelfde), en kan wat in de eerste versie ergens achterin verteld wordt, in de nieuwe versie ineens ergens voorin staan. Dan is het zaak opnieuw te bekijken of leeftijden, data, jaargetijden, enz. nog kloppen. 

 

 

 

16 juli 2013.

 

Ik probeer er altijd voor te zorgen dat een verhaal 'loopt'. Daar bedoel ik mee dat ik er zorg voor draag dat er geen grote hiaten inzitten, waardoor de lezer het verhaal niet goed kan volgen, of bij zichzelf denkt: 'Hé, zijn we nu ineens een jaar verder, of heb ik iets gemist?' Dat werkt verwarrend en leest niet lekker. 

 

Het kan natuurlijk zijn dat er in een boek (of kort verhaal) een tijdje niets belangrijks gebeurt. Dan schrijf ik niets over die periode, want dan wordt het verhaal al gauw saai. Dat betekent dan wel dat ik een sprong in de tijd ga maken. Ik laat dat altijd op een subtiele manier aan de lezer merken. Stel, een vrouw raakt zwanger in mijn verhaal, en in het volgende hoofdstuk is het kind al geboren. Dan laat ik de eerste zin van het nieuwe hoofdstuk bijvoorbeeld beginnen met 'Negen maanden later, enz.' Ik kan ook in de laatste zin van het hoofdstuk waarin ze zwanger wordt een verwijzing geven dat ik een paar maanden ga overslaan. 'Hoe zwaar een bevalling was, daar kwam ze negen maandel later achter', of iets in die geest. Ik kan ook géén verwijzing in de tekst verwerken, maar door middel van een kop boven de hoofdstukken, die steeds het jaar of de maand vermelden, het tijdsverloop aangeven. 

 

Soms kan ik een gat niet zo makkelijk dichten, is er meer info nodig dan een jaartal, een maand of een subtiele verwijzing naar een verstreken tijdsbestek. Dan voeg ik een extra hoofdstuk toe, zodat het gat opgevuld wordt en het boek alsnog een geheel wordt.

 

Hier en daar werk ik met flashbacks, vaak om een eerdere, als terloops gemaakte opmerking toe te lichten. Stel, een jonge vrouw loopt mank, en ik heb niet verteld hoe dat komt, maar ik heb wel laten merken dat er een of andere geheimzinnige reden voor is. Dan kan ik, midden in een hoofdstuk, een van de personen in het boek aan een andere, eerdere gebeurtenis laten denken, de gebeurtenis waardoor de jonge vrouw mank is gaan lopen. Voor ik die herinnering ga beschrijven, laat ik de lezer even weten dat ik terug grijp in de tijd. Dat doe ik door bijvoorbeeld te zeggen: 'Dit deed haar denken aan die keer...', en dan beschrijf ik de gebeurtenis. Als de vroegere situatie beschreven is probeer ik weer subtiel de aandacht te vestigen op het feit dat ik omschakel naar het hier en nu.

 

Zeker als je een boek omgooit, zoals ik vaak doe, is het nodig hiaten die hierdoor ontstaan op te vullen. Dat betekent heel veel werk, maar ik doe het wel, want daar wordt een boek beter door. Misschien leuk om te weten: mijn psychologische thriller Achtervolgingsdrft heb ik 3 keer omgegooid voor ik er tevreden over was. 

 

 

 

28 augustus 2013.

 

Tip: Gebruik niet steeds hetzelfde woord waar je synoniemen kunt gebruiken. Schrijf in plaats van 'mijn man' bijvoorbeeld ook eens 'mijn echtgenoot, eega, wederhelft, partner', en in plaats van 'mijn huis', kun je zeggen 'mijn woning, stek, plekje, thuis'. Zo zijn er talloze voorbeelden te noemen: kind - baby - zuigeling - dochter - zoon/vriend - kameraad - maatje/hond - huisdier - viervoeter/jongen - knul - joch - knaap. Probeer het maar eens. Je zult merken dat een verhaal dan net wat lekkerder wegleest.

 

 

 

1 oktober 2013.

 

Is een boek klaar, dan buig ik me over de titel. Ik heb altijd wel een zogeheten 'werktitel', maar vaak gaat daar tijdens mijn schrijfproces iemand anders al mee aan de haal, en moet ik, om origineel te blijven, iets anders verzinnen.

Een titel moet aangeven waar het boek over gaat, maar ik wil er de clou natuurlijk niet mee verraden. Ik vind het bedenken van een goede titel dan ook best moeilijk. 

Als het dan uiteindelijk gelukt is, moet er nog een samenvatting geschreven worden. En dat vind ik echt het moeilijkste van het het hele schrijfproces. In de samenvatting moet je vertellen waar je verhaal over gaat. Het is de uitgesproken plek om een eventuele lezer nieuwsgierig te maken naar je boek, maar eventuele geheimen moeten uiteraard bewaard blijven. En dan moet het stukje ook nog begrijpelijk zijn voor de lezer! Zwoegen voor deze auteur dus.

 

Omdat dit het laatste deel van mijn blog is, wil ik nog een paar puntjes uitlichten. Voor ik aan een boek begin bedenk ik altijd wat ik met de titels van de hoofdstukken zal doen. Wil ik elk hoofdstuk een eigen titel geven? Gebruik ik in plaats van titels jaartallen? Laat ik verschillende personages aan het woord, en zet ik de naam van degene die op dat moment vertelt boven het hoofdstuk? Zo zijn er tal van mogelijkheden. Soms past een van die mogelijkheden zo perfect bij het verhaal dat het vanzelfsprekend is dat ik daarvoor kies.

Het laatste puntje waar ik het over wil hebben is de proloog en de epiloog. Het is geen heilig moeten dat je die als schrijver gebruikt, maar ik vind het wel een mooi begin en een goede afsluiting om het wél te doen.

 

 

Ik hoop dat jullie als lezers van mijn blog iets aan mijn tips hebben. Veel schrijfplezier allemaal!