Anekdotes

 

'Ik was vroeger Superbaby,' zegt mijn tienerzoon tegen zijn vriendin. 'Ik lag in de wieg met een blauw shirtje aan met een gele driehoek erop en een grote, rode S.'

'Superbaby,' reageert zij smalend. 'Je kon nog niet eens lopen.'

'Nee,' zegt hij. 'Maar dat gaf niks want ik kon vliegen.'

-----

De thermometer geeft vijfendertig graden aan. Het vogeltje van mijn ouders, dat normaal gesproken de hele dag prachtig fluit, zwijgt vandaag als het graf.

       “Dat beest heeft het warm”, concludeer ik.

       “Nou”, zegt mijn vader, “daar moet-ie toch tegen kunnen, ’t is een tropisch vogeltje”.

       “Ja”, stel ik intelligent vast, “het is een Mozambique-sijsje, dus hij komt uit Mozambique”.

       “Dat hoeft niet”, weerlegt mijn vader. “Er zijn ook schijtlijsters, en die plaats bestaat ook niet”.

-----

“Uren wacht ik al op jou”, zingt Dennie Christian klaaglijk. En: “Mijn voeten zijn blauw van de kou”, vervolgt hij.

       Waarop mijn moeder in zichzelf mompelt: ”Had je maar laarzen aan moeten trekken”.

-----

Tijdens de avondwandeling met mijn hond kom ik een knappe jongen van een jaar of achttien tegen. Hij groet me vriendelijk en wil daarna mijn hond aaien. Die deinst echter terug, oren plat in de nek.

       'O', zegt de knul tegen mij, 'dat komt door m’n muts. Onze hond is ook bang van me als ik die draag'. Hij rukt het ding van zijn mooie blonde hoofd en doet wederom een poging Macy aan te halen. Die krimpt in elkaar en wijkt achteruit.

       'Wacht', zegt het jong, 'het zijn natuurlijk die grote, leren handschoenen van me'. Hij trekt ze van zijn vingers en steekt zijn hand naar mijn hond uit. Die kruipt weg, de staart tussen haar poten.

       'Ik denk dat het je broek is', zeg ik.

-----

De soldaat zat pas In militaire dienst toen een meerdere hem vroeg:”Als de vijand op honderd meter afstand van jou staat, en je geweer heeft maar een bereik van vijftig meter, wat doe je dan?”

“Twee keer schieten”, zei de rekruut.

-----

Terwijl ik een boterham eet, begeeft mijn voortand het. Ik snel naar de spiegel,werp er een blik in,  en schrik ik me kapot. De onderste helft van de tand is helemaal weg. Het stompje dat er over is mist ook nog de voorkant zodat je tegen een vulling aankijkt. Het is net of ik een zwarte tand heb. Ik zie er niet uit.

       Ik bel de tandartspraktijk. Omdat ik zo snel mogelijk geholpen wil worden, zeg ik tegen de assistente dat ik wel een heks lijk.

       'Dat zal wel mee vallen', lacht ze. 'Kunt u over een half uurtje hier zijn? Háált u dat?'

       'Welja!', roep ik, 'dan neem ik gewoon de bezem!'

-----

Helmondse kennissen van me, die als gastgezin tijdelijk een Engels jongetje onderdak boden,

wisten niet hoe ‘erwtjes’ in die taal genoemd worden.

“Peas”, zei ik.

“Pies, pies’, zei de vrouw, “gij het mijn vur de gek zeker?” En aan het jongetje vroeg ze, het blikje groente onder zijn neus duwend:”Do you like iertjens?”

-----

Mijn zoontje van drie hoort voor het eerst in zijn leven een kerkklok beieren. Gefascineerd kijkt hij naar de toren op. Wanneer na een paar minuten het gelui afneemt blikt hij met een onschuldig snuitje naar me op. “Ik denk dat de batterijen op zijn”, zegt hij ernstig.

-----